Er zijn 2 soorten switches: de managed switch (wordt automatisch beheerd) en de unmanaged switch (moet je zelf instellen). De switch kan variëren in netwerksnelheid. De switch stuurt data niet door naar alle bestemmingen waarop de switch is aangesloten, maar zodra hij het afzenderadres terugkrijgt van de databestemming, slaat hij dat adres op en stuurt hij vervolgens de informatie alleen naar dat adres.
De maximale (theoretische) snelheid waarop het apparaat data kan verzenden en ontvangen. In de praktijk is de snelheid vaak lager, omdat hij van veel factoren afhankelijk is. Voorbeelden hiervan zijn de snelheid van de computers die verbonden zijn, de kwaliteit van de bedrading of obstakels zoals muren, in geval van een draadloos netwerk.